Nijmegen is een oude stad, en oude steden dragen verhalen met zich mee. Als je door de Lange Hezelstraat loopt of even stilstaat bij de Waalbrug, merk je dat er iets in de lucht hangt — een gelaagdheid die uitnodigt tot lezen, tot nadenken, tot vragen stellen. Het Nijmeegs Boekenfeest wil precies dat gevoel vasthouden en verbreden. Niet als grootse manifestatie, maar als een festival dat past bij de schaal van de stad: persoonlijk, nieuwsgierig en met echte aandacht voor wie er woont en leest.
Nijmegen en zijn literaire geschiedenis
Weinig steden in Nederland hebben een zo uitgesproken band met het geschreven woord als Nijmegen. De oudste stad van Nederland — dat predikaat klinkt al als een openingszin van een roman — heeft universiteiten, archieven en een traditie van kritisch denken die zich door de eeuwen heen heeft opgebouwd. De Radboud Universiteit heeft schrijvers voortgebracht, maar ook lezers gevormd: mensen die gewend zijn om teksten serieus te nemen.
Als je in de boekhandel staat, aan de Molenstraat, merk je dat klanten hier niet zomaar een boek pakken. Ze vragen, ze vergelijken, ze vertellen wat ze net uithadden. Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een stad die al generaties lang investeert in onderwijs en cultuur. Het festival bouwt daarop voort, zonder te doen alsof we het wiel opnieuw uitvinden.
De literaire geschiedenis van Nijmegen is ook een geschiedenis van plaatsen: de Universiteitsbibliotheek aan de Thomas van Aquinostraat, het Valkhof als inspiratiebron, de Stevenskerk als decor. Wie meer wil weten over de bredere context van hoe steden zich verhouden tot literatuur en leescultuur, vindt in een artikel op Wikipedia over leescultuur en alfabetisering een mooie historische ingang.
Schrijversgesprekken in onverwachte ruimtes
Een van de dingen die het Boekenfeest onderscheidt van grotere festivals, is de keuze voor locaties die niet vanzelfsprekend zijn. We programmeren bewust niet alleen in theaterzalen. Dit jaar vinden gesprekken plaats in de Mariënburg Kapel, in de leeszaal van de Openbare Bibliotheek aan de Mariënplaats en in de tuin van een oud pand aan de Kelfkensbos. Die keuze is niet willekeurig.
Een schrijver die praat over stadsverhalen klinkt anders in een kapel dan op een podium met spotlights. De akoestiek verandert iets aan hoe je luistert. Je zit dichter op het gesprek, je voelt de aanwezigheid van de stad om je heen. Schrijvers als Hanneke Hendrix en Joost Oomen — beiden bekend in de regio en actief in het literaire circuit — passen uitstekend bij die intimiteit. Ze zijn niet bang voor een publiek dat terugpraat.
De gesprekken duren nooit langer dan een uur, inclusief vragen. Dat is een bewuste keuze. We willen dat je na afloop nog energie hebt om een boek te kopen, naar de markt te lopen of gewoon even op een bankje aan de Waal te zitten met wat je net hebt gehoord. Het festival is geen marathon; het is een wandeling.
De tweedehandsboekenmarkt op het Ganzenheuvelplein
Zaterdag is marktdag, en op het Ganzenheuvelplein verandert de sfeer. Tafels vol boeken, mensen die bukken en bladeren, kinderen die stomverbaasd zijn dat een boek met plaatjes zo weinig kan kosten. De tweedehandsboekenmarkt is voor veel bezoekers het hart van het festival — en dat begrijp ik volledig.
Er is iets bijzonders aan een tweedehandsboek. Het heeft al een leven gehad. Soms zie je dat aan een ezelsoor, een naam op het schutblad, een onderstrepingslijn bij een zin die iemand anders ooit raak vond. Die sporen maken een boek rijker, niet armer. Op de markt zie je dat besef bij verkopers én kopers. Mensen die dozen aanslepen met boeken die ze niet meer kwijt willen maar ook niet weg willen gooien — ze willen dat ze verder gaan.
Dit jaar zijn er meer dan veertig particuliere verkopers, aangevuld met een handvol kleine uitgevers die restpartijen meebrengen. De Nijmeegse antiquaar Theo Brouwers heeft een vaste plek aan de noordkant van het plein en is al jaren een publiekslieveling. Hij kent zijn voorraad uit zijn hoofd en kan je in dertig seconden vertellen waarom een bepaalde uitgave zeldzaam is. Dat soort kennis is onbetaalbaar, en je krijgt het er gratis bij.
Leesbevordering bij jongeren: de scholen komen naar het festival
Als er één onderdeel is waar het festival de komende jaren verder in wil groeien, dan is het de samenwerking met basisscholen en middelbare scholen in de stad. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Kinderen die een schrijver ontmoeten, lezen anders. Ze begrijpen ineens dat een boek gemaakt is door een mens, niet door een machine — en dat die mens ook gewoon in Nijmegen kan wonen.
Dit jaar doen vier scholen mee aan het programma: de Basisschool De Horizon aan de Daalseweg, het Canisius College, de Maria Montessori Scholengemeenschap en de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen. Elke school stuurt een groep leerlingen naar een speciaal ochtendsessie, waarbij een schrijver of illustrator een korte presentatie geeft en daarna vragen beantwoordt.
De sessies zijn bewust laagdrempelig gehouden. We vragen de scholen niet om een uitgebreide voorbereiding. Een klas hoeft alleen maar te komen. Wat er daarna gebeurt, zien we ter plekke. Vorig jaar zat een groep achtste-groepers zo verdiept in gesprek met een jeugdboekenauteur dat de begeleidende leraar de tijd vergat. Dat is het soort moment waar je het voor doet.
Naast de schoolsessies is er op zaterdagmiddag een apart programmaonderdeel voor jongeren van twaalf tot zestien jaar: een schrijfworkshop in de bibliotheek, begeleid door schrijver en docent Marieke van den Berg. Ze werkt al jaren met jongeren en heeft een gave om ze te laten schrijven zonder dat het als een opdracht voelt.
De rol van de bibliotheek als anker in de stad
De Openbare Bibliotheek Nijmegen is een partner waar we als festival niet omheen kunnen — en ook niet om heen willen. De bibliotheek doet al het hele jaar wat wij tijdens het festival proberen te doen: mensen in contact brengen met boeken, met verhalen, met elkaar. Tijdens het Boekenfeest versterken we die functie tijdelijk, maar de bibliotheek zelf is permanent.
Dit jaar openen we het festival vrijdagavond met een gezamenlijk programma in de bibliotheek aan de Mariënplaats. Er is een korte lezing, een muzikale bijdrage van een lokale zanger en daarna ruimte om te praten. De bibliotheek heeft haar zaal beschikbaar gesteld en zorgt voor een kleine tentoonstelling van historische Nijmeegse drukwerken — pamfletten, krantenkoppen, oude stadsgidsen. Het is een mooie manier om te laten zien dat lezen en de stad altijd met elkaar verweven zijn geweest.
Bibliothecaresse Annemarie Scholten, die al meer dan tien jaar in de bibliotheek werkt, heeft de tentoonstelling samengesteld. Ze is een van die mensen die weet waar alles staat en waarom het er staat. Als ze je door de collectie leidt, merk je hoe groot de bibliotheek eigenlijk is — niet in vierkante meters, maar in wat er bewaard wordt.
We hopen dat bezoekers die het festival bezoeken en de bibliotheek nog niet kennen, daarna een abonnement nemen. Niet omdat we dat als doel stellen, maar omdat het logisch zou zijn. Een stad leest beter als haar bibliotheek goed bezocht wordt.
Programmering als keuze: klein en bewust
Tot slot — en dit is iets wat ik ook in de boekhandel merk — gaat het bij programmeren altijd om weglaten. Je kunt niet alles doen. Een festival van onze omvang heeft een programma van twee dagen, met maximaal drie gelijktijdige activiteiten. Dat betekent keuzes maken.
We kiezen voor schrijvers die iets te zeggen hebben over de plek waar ze zijn. We kiezen voor gesprekken boven lezingen. We kiezen voor een markt die toegankelijk is voor iedereen, niet alleen voor mensen die al veel lezen. En we kiezen ervoor om het festival niet te laten groeien tot iets wat de stad niet meer herkent als het hare.
Die laatste keuze is misschien de moeilijkste. Er zijn altijd mensen die zeggen: jullie moeten groter, jullie moeten meer namen, jullie moeten een tent op de Kelfkensbos neerzetten. Maar groter is niet altijd beter. Een gesprek van twintig mensen in een kapel kan meer betekenis hebben dan een zaal van tweehonderd mensen die allemaal tegelijk op hun telefoon kijken.
Het Nijmeegs Boekenfeest is wat het is: een festival dat past bij een stad die serieus omgaat met cultuur zonder er zwaar over te doen. We zijn blij met elke bezoeker, elke verkochte tweedehandsroman, elk kind dat voor het eerst een schrijver in levenden lijve ziet. Dat is genoeg. Dat is eigenlijk precies genoeg.
Conclusie
Nijmegen leest. Dat klinkt als een slogan, maar het is gewoon waar. In de boekhandel, in de bibliotheek, op de markt, in de scholen — overal zie je mensen die boeken serieus nemen. Het Boekenfeest is niet de oorzaak daarvan, maar het is wel een moment waarop dat zichtbaar wordt. Twee dagen lang loopt de stad vol met mensen die ergens om geven. En als je dat meemaakt, op het Ganzenheuvelplein of in de Mariënburg Kapel, dan weet je waarom je dit doet. Kom langs, kijk rond, pak een boek op. De rest volgt vanzelf.