Lezen opent deuren. Dat klinkt als een open deur, maar in de praktijk is het een dagelijkse opgave — voor scholen, bibliotheken, ouders én voor een festival als het onze. Het Nijmeegs Boekenfeest is klein genoeg om persoonlijk te zijn, groot genoeg om iets in beweging te zetten. En juist rondom leesbevordering bij jongeren merken we dat er steeds meer partijen in de stad zijn die hetzelfde willen: kinderen en tieners laten ontdekken wat een boek kan doen.
Waarom leesbevordering nu zo urgent voelt
In gesprekken met leerkrachten van basisscholen in de Benedenstad en de Wolfskuilseweg hoor je het steeds vaker: leerlingen lezen minder voor hun plezier dan een paar jaar geleden. Niet omdat ze dom zijn of lui — integendeel — maar omdat de concurrentie om hun aandacht enorm is. Schermen, sociale media, podcasts: allemaal legitieme vormen van informatie en vermaak, maar ze verdringen het stille, geconcentreerde lezen dat een boek vraagt.
Dat is geen reden tot paniek, maar wel tot actie. Leesbevordering is geen nostalgisch project om kinderen terug te brengen naar een gouden verleden. Het gaat erom dat je ze een instrument geeft: het vermogen om complexe teksten te begrijpen, empathie te ontwikkelen via verhalen en zelfstandig na te denken. Die vaardigheden zijn in elk tijdperk waardevol.
Wat het festival concreet doet voor jongere lezers
Tijdens het Nijmeegs Boekenfeest reserveren we altijd een apart programmaonderdeel voor kinderen en jongeren. Vorig jaar — en ook dit jaar — werken we samen met de Openbare Bibliotheek aan de Mariënburg. Zij kennen hun publiek: welke boeken slaan aan bij welke leeftijdsgroep, welke schrijvers kunnen goed vertellen aan een zaal vol tieners die eigenlijk liever buiten spelen.
We nodigen schrijvers uit die weten hoe ze een gesprek aangaan met een jonger publiek. Geen monoloog, maar een uitwisseling. In de zaal van het Cultuurcentrum aan de Molenstraat zit dan een groep van veertig leerlingen van het Canisius College of de Mariënburgschool, en je ziet hoe een goed gesprek iets losmaakt. Niet altijd meteen, maar het zaad wordt geplant.
- Schrijversgesprekken speciaal voor groepen 7 en 8
- Voorleesochtenden voor de onderbouw in samenwerking met de bibliotheek
- Een ‘schrijf je eigen verhaal’-workshop in de Doornroosje-foyer
- Boekenpakketten voor scholen die meedoen aan het programma
Leesbevordering en overheidsbeleid: een gedeeld kader
Het is goed om te weten dat leesbevordering niet alleen een lokaal initiatief is. Er is nationaal beleid dat erkent hoe belangrijk geletterdheid is voor de samenleving. De informatie van de Rijksoverheid over laaggeletterdheid en taalvaardigheid maakt duidelijk dat dit een structureel maatschappelijk vraagstuk is, niet iets dat een festival alleen kan oplossen.
Dat besef houden we bewust in het achterhoofd. Het Nijmeegs Boekenfeest is geen subsidieproject met grote ambities om de nationale leesstatistieken te verbeteren. We zijn een stadsfestival, en ons bereik is bescheiden. Maar we kunnen wél een schakel zijn: een plek waar jongeren voor het eerst een schrijver ontmoeten, waar een boek ineens een gezicht krijgt, waar lezen iets wordt dat bij de stad hoort en niet alleen bij de schooltas.
De samenwerking met de gemeente Nijmegen en de bibliotheek helpt daarbij. Zij hebben de contacten met scholen, de kennis van beleid en de structurele middelen. Wij brengen het feestelijke, het onverwachte, de schrijver die na afloop nog even napraat bij een kop koffie in de Stevenskerk.
De tweedehandsboekenmarkt als laagdrempelige ingang
Niet iedereen die naar het Nijmeegs Boekenfeest komt, is een fanatieke lezer. Dat is juist mooi. De tweedehandsboekenmarkt op het Ganzenheuvel trekt mensen die misschien al jaren niet meer in een boekhandel zijn geweest. Ze slenteren langs de kraampjes, pakken iets op, lezen de achterflap, leggen het terug en pakken het toch weer.
Voor jongeren is die markt een bijzondere plek. Een boek van twee euro voelt anders dan een boek van twintig euro. De drempel om iets te proberen is laag. We zien tieners die met een tas vol thrillers of stripalbums naar huis gaan, ouders die samen met hun kind een stapel prentenboeken uitzoeken, opa’s die een roman vinden die ze al jaren zoeken.
In mijn boekhandel aan de Burchtstraat merk ik dat mensen die via de tweedehandsmarkt kennis maken met het festival, later ook binnenlopen voor een nieuw boek. Dat is geen marketingstrategie, dat is gewoon hoe het werkt: als lezen leuk is, wil je meer.
Samenwerking met scholen en de bibliotheek
De echte kracht van leesbevordering zit in continuïteit. Een festival duurt een weekend, maar de effecten kunnen langer doorwerken als je de juiste verbindingen legt. Daarom investeren we in het contact met scholen in Nijmegen-Noord, de Dukenburg en het stadscentrum. Niet om hen te overspoelen met verzoeken, maar om samen te kijken wat past.
De Openbare Bibliotheek aan de Mariënburg is daarin een onmisbare partner. Zij hebben programma’s als ‘Boekstart’ en ‘de Bibliotheek op school’, en weten precies welke leerkrachten open staan voor een schrijversbezoek of een festivaluitje. Wij sluiten daarbij aan, bieden een schrijver aan, zorgen voor een boekenpakket en hopen dat de leerlingen iets meenemen dat blijft hangen.
Wat we ook proberen: leraren zelf enthousiasmeren. Een leerkracht die zelf leest en dat uitstraalt, is de beste leesbevorderaar die er bestaat. Tijdens het festival organiseren we daarom een avondprogramma voor onderwijsprofessionals in de Doornroosje, met een schrijversgesprek en ruimte voor uitwisseling. Informeel, zonder agenda, gewoon praten over boeken en wat ze doen met kinderen.
Wat Nijmegen zelf meebrengt
Nijmegen is een stad met een stevige leescultuur. De universiteit zorgt voor een academisch klimaat, maar het gaat verder dan dat. Er zijn leesclubs in de Benedenstad, literaire cafés in de Molenstraat, een actieve schrijversgemeenschap die regelmatig samenkomt in de Doornroosje of de Stevenskerk. Die energie bestaat al — het festival probeert er een plek aan te geven, een moment waarop al die losse draden even samenkomen.
Voor jongeren is het belangrijk dat ze die cultuur herkennen als iets van hún stad. Niet iets wat alleen voor studenten of ouderen is, maar iets wat op straat bestaat, op de markt, in de bibliotheek om de hoek. Als een kind van twaalf ziet dat een schrijver gewoon op het Ganzenheuvel staat te praten met mensen, dan wordt lezen iets gewoons. Iets menselijks.
Dat is misschien het mooiste wat het Nijmeegs Boekenfeest kan doen: laten zien dat boeken en de mensen die ze maken, gewoon onderdeel zijn van het stadsleven. Geen verheven cultuur achter gesloten deuren, maar verhalen die horen bij de straten, de pleinen en de mensen van Nijmegen.
Tot slot
Leesbevordering bij jongeren is geen project met een begin- en einddatum. Het is een voortdurende inspanning van scholen, bibliotheken, ouders, boekhandels en ja, ook festivals. Het Nijmeegs Boekenfeest is één stukje van dat grotere geheel — en dat is precies de goede maat voor ons.
We doen wat we kunnen: een goed programma samenstellen, de juiste schrijvers uitnodigen, de tweedehandsboekenmarkt zo aantrekkelijk mogelijk maken, en de bibliotheek en scholen de ruimte geven om hun werk te doen. Als er aan het einde van het weekend een paar tieners naar huis gaan met een boek dat ze anders nooit hadden gepakt, dan is dat genoeg reden om het volgend jaar weer te doen. Misschien met een nieuw gezicht in de Burchtstraat, misschien met een schrijver die we al jaren willen uitnodigen. Nijmegen leest — en wij helpen graag mee.