Er is iets bijzonders aan een tafel vol oude boeken op een zonnig plein. Mensen vertragen. Ze stoppen, bladeren, snuffelen. Een cover trekt de aandacht, een naam op de rug doet iets. Voor je het weet sta je tien minuten later nog steeds op dezelfde plek, met drie boeken in je hand die je een halfuur geleden niet kende. Dat is precies waarom de tweedehandsboekenmarkt het kloppende hart vormt van het Nijmeegs Boekenfeest. Niet als nostalgie, maar als een levend onderdeel van hoe deze stad omgaat met verhalen.
Waarom tweedehands boeken meer doen dan je denkt
Een tweedehandsboek heeft een geschiedenis. Soms zie je dat aan een naam op het schutblad, een onderstrepingje met potlood, een ansichtkaart die als boekenlegger is blijven steken. Die kleine sporen maken een boek menselijker dan een glanzend nieuw exemplaar in een folieverpakking. Dat klinkt romantisch, maar er zit ook gewoon een praktische kant aan: een tweedehandsboek kost minder, en dat maakt lezen toegankelijker voor iedereen.
Op de Grote Markt, waar de kramen van het festival elk jaar staan opgesteld, zie je dat terug in wie er rondloopt. Studenten van de Radboud die op zoek zijn naar een goedkope editie van een klassieker. Ouders met kinderen die voor het eerst zelf een boek uitkiezen. Gepensioneerde leraren die een titel terugvinden die ze dertig jaar geleden aan een klas hebben voorgelezen. De markt trekt mensen die normaal niet snel een boekhandel binnenstappen, en dat is precies de bedoeling.
Vanuit mijn boekhandel aan de Molenstraat zie ik hoe dat werkt. Mensen die op de markt iets kopen, komen soms daarna binnen om te vragen of we meer hebben van dezelfde auteur. De tweedehandsmarkt fungeert als een soort laagdrempelige ingang. Je hoeft niks te weten van literatuur om er iets moois te vinden. Je hoeft alleen maar bereid te zijn om even te bladeren.
Boeken en jongeren: hoe je een leescultuur opbouwt
Leesbevordering bij jongeren is een onderwerp waar iedereen het over eens is in theorie, maar waar de praktijk weerbarstiger is. Schermen zijn er, boeken moeten hun plek verdienen. Dat vraagt om slimme programmering, niet om betutteling.
Op het Nijmeegs Boekenfeest werken we daarom samen met scholen uit de Benedenstad, de Dukenburg en het Stadscentrum. Niet door leerlingen te verplichten een lezing bij te wonen, maar door ze onderdeel te maken van het festival zelf. Leerlingen van het Canisius College en het Stedelijk Gymnasium presenteren teksten die ze zelf hebben geschreven, op het kleine podium naast de Stevenskerk. Dat geeft een heel ander gevoel dan een spreekbeurt in de klas. Er is een publiek. Er is een microfoon. Er is applaus.
De samenwerking met de Bibliotheek Nijmegen is daarin onmisbaar. De bibliotheek heeft jarenlange ervaring met leesprogramma’s voor basisschoolkinderen, en die kennis brengen ze mee naar het festival. In de Mariënburg, waar de bibliotheek al decennia een vaste plek heeft in het culturele leven van de stad, vinden tijdens het festival speciale sessies plaats voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Schrijvers praten daar niet over hun boek alsof ze een verkooppraatje houden, maar stellen vragen aan het publiek. Wat lees jij? Wat zou jij willen schrijven? Het gesprek gaat alle kanten op, en dat is de bedoeling.
- Leerlingen schrijven en presenteren eigen werk op het festivalterrein
- Schrijversgesprekken in de bibliotheek zijn gericht op interactie, niet op presentatie
- Scholen uit verschillende wijken worden actief benaderd, niet alleen de binnenstad
- Ouders en begeleiders worden uitgenodigd mee te doen, niet alleen toe te kijken
Programmering als ambacht: hoe een festivaldag in elkaar zit
Een goed programma is als een goed boek: het heeft een ritme. Niet elk moment kan een hoogtepunt zijn, en dat moet ook niet. Een rustige lezing in de ochtend, een drukker schrijversgesprek in de middag, een avondprogramma in de Doornroosje of de Lindenberg met meer ruimte voor experiment. Die afwisseling is bewust.
Als organisator denk ik bij elk onderdeel na over wie er in de zaal zit. Een gesprek over poëzie trekt een ander publiek dan een discussie over historische fictie. Dat betekent niet dat je die groepen strikt scheidt, maar wel dat je nadenkt over het tijdstip, de locatie en de manier waarop een gesprek wordt aangekondigd. De Stevenskerk leent zich prachtig voor een intiem gesprek met een dichter. De grote zaal van de Vereeniging vraagt om een ander soort energie.
Het programma van het Nijmeegs Boekenfeest is nooit af. Tot het laatste moment schuift er iets. Een schrijver die alsnog beschikbaar is. Een lokale auteur die een nieuw manuscript heeft afgerond en het graag wil delen. Een scholenproject dat uitloopt en een extra tijdslot nodig heeft. Dat is soms lastig, maar ook precies wat een festival levend houdt. Het is geen tentoonstelling die je inricht en dan loslaat. Het is een gesprek tussen een stad en haar verhalen, en dat gesprek houdt zichzelf in beweging.
Nijmegen heeft genoeg te vertellen. Het festival is één van de plekken waar dat verhaal luid genoeg klinkt om gehoord te worden.