Jongeren en boeken, het lijkt soms een lastige combinatie. Toch zijn er in Nijmegen genoeg voorbeelden die laten zien dat het anders kan. Wat maakt het verschil tussen een jongere die nooit meer een boek aanraakt en iemand die er een leven lang plezier aan beleeft?
Waarom lezen op jonge leeftijd telt
Leesbevordering begint niet op de middelbare school, maar veel eerder. Onderzoek laat steeds opnieuw zien dat kinderen die voor hun twaalfde regelmatig lezen, later beter presteren op school en makkelijker nieuwe informatie verwerken. Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig.
In Nijmegen zie je dat bibliotheken en basisscholen steeds vaker de handen ineenslaan. De bibliotheek aan de Mariënburg organiseert al jaren programma’s waarbij klassen langskomen voor een uur vrij lezen, zonder toets of opdracht. Gewoon lezen omdat het fijn is. Dat vrijblijvende karakter blijkt juist de sleutel te zijn.
Het gaat er niet om dat een kind elk boek uitgelezen heeft. Het gaat erom dat het kind de smaak te pakken krijgt. Eén boek dat echt raakt, is genoeg om iemand voor het leven aan het lezen te houden.
De rol van de school in het leesklimaat
Leraren staan onder druk. Er is een vol curriculum, er zijn toetsen en er is weinig tijd voor iets dat niet direct meetbaar is. Toch zijn er scholen in de stad die laten zien dat het anders kan, zoals de Radboudschool in de Benedenstad, waar elke ochtend de eerste tien minuten worden gebruikt voor stil lezen.
Die tien minuten klinken als weinig, maar over een heel schooljaar telt dat op tot tientallen uren leestijd. Leerkrachten vertellen dat de rust in de klas daarna merkbaar beter is, en dat leerlingen vanzelf beginnen te praten over wat ze lezen. Dat zijn gesprekken die je niet kunt plannen.
Leescultuur op school ontstaat niet door een methode in te voeren, maar door voor te doen. Als een leraar zelf een boek meeneemt en er enthousiast over vertelt, werkt dat aanstekelijker dan welke leeslijst ook. Dat klinkt simpel, maar vraagt wel om ruimte en vertrouwen van de schoolleiding.
Boekpresentaties als brug naar jongeren
Een boekpresentatie hoeft niet saai te zijn. Zeker niet als je hem organiseert op een plek waar jongeren zich thuis voelen. In de Stevenskerk, in poppodium Doornroosje of gewoon in een klaslokaal: de locatie bepaalt voor een groot deel hoe een presentatie overkomt.
Tijdens het festival werken we elk jaar samen met auteurs die bereid zijn om buiten de gebaande paden te treden. Een schrijver die zijn nieuwste roman presenteert terwijl hij vragen beantwoordt van een groep vmbo-leerlingen, dat levert andere gesprekken op dan een traditionele signeersessie. Jongeren stellen andere vragen, directere vragen, en auteurs waarderen dat vaak.
De combinatie van boekpresentatie en schoolbezoek vraagt wel om voorbereiding. Leerlingen lezen bij voorkeur van tevoren een fragment, zodat ze weten waar het over gaat. Dat maakt het gesprek concreter. Een auteur die merkt dat zijn werk gelezen is, geeft ook meer van zichzelf.
Tweedehandsboekenmarkt als toegangspoort
Een nieuw boek kopen is voor veel jongeren geen vanzelfsprekendheid. De prijs speelt mee, maar ook de drempel om een boekhandel binnen te lopen. De tweedehandsboekenmarkt op het Koningsplein, een vast onderdeel van het festival, werkt anders. Het is laagdrempelig, het is buiten, en je kunt rondneuzen zonder dat iemand je aankijkt.
Jongeren vinden op zo’n markt boeken die ze in een reguliere winkel nooit zouden tegenkomen. Oude jeugdboeken, stripverhalen, pockets voor vijftig cent. De kans dat iemand iets meeneemt dat hem of haar echt verrast, is groot. En dat verrassingseffect is precies wat leesbevordering nodig heeft.
Voor de organisatie van zo’n markt komt meer kijken dan het lijkt. Vergunningen, verzekering, aansprakelijkheid bij schade aan kramen: het zijn praktische zaken die je goed moet regelen. Wij hebben daarvoor een tijdje advies ingewonnen bij Dependable, een bureau dat ondernemers helpt bij dit soort juridische kwesties. Dat scheelde ons een hoop zoekwerk.
Wat werkt: een overzicht van bewezen aanpakken
Niet elke aanpak werkt voor elke groep jongeren. Toch zijn er methoden die keer op keer resultaat laten zien, zowel in Nijmegen als elders in het land.
- Voorlezen door bekende Nijmegenaren: wethouders, sportcoaches of muzikanten die een favoriet boek meenemen naar een klas, zorgen voor herkenning en nieuwsgierigheid.
- Leeskringen voor jongeren: kleine groepen die maandelijks samenkomen in de bibliotheek of in een boekhandel, zonder vaste agenda, alleen een boek en een gesprek.
- Auteursgesprekken op locatie: schrijvers die naar de school komen in plaats van andersom, verlagen de drempel aanzienlijk.
- Vrij lezen zonder beoordeling: tijd vrijmaken voor lezen zonder dat er een toets of bespreking aan vasthangt, werkt motiverend voor leerlingen die lezen als een verplichting ervaren.
- Boekruilkastjes in de wijk: kleine kastjes in de Benedenstad, op de Goffert of bij het Valkhof, waar iedereen een boek kan neerleggen of meenemen, maken lezen zichtbaar in de openbare ruimte.
- Samenwerking met ouders: avonden waarbij ouders en kinderen samen een boek bespreken, versterken de leescultuur thuis.
Geen van deze aanpakken kost veel geld. Wat ze vragen, is tijd, continuïteit en mensen die er oprecht in geloven.
Nijmegen als leesstad: potentie en uitdagingen
Nijmegen heeft een rijke cultuur als het gaat om literatuur en onderwijs. De Radboud Universiteit, de vele middelbare scholen, de actieve bibliotheek: het zijn bouwstenen voor een sterke leescultuur. Maar het blijft een stad met wijken waar de leesarmoede groot is, waar thuis geen boeken staan en waar lezen niet vanzelfsprekend is.
Dat vraagt om gerichte aandacht. Niet alleen voor de kinderen die al lezen en die je makkelijk bereikt via scholen en bibliotheken, maar juist voor de groep die je normaal gesproken mist. Jongeren in de Wolfskuil, op de Lindenholt of in Dukenburg hebben evenveel recht op een rijke leesomgeving als kinderen in de Benedenstad.
Het festival probeert elk jaar een klein stukje van die kloof te dichten. Dat lukt niet altijd, en het gaat langzaam. Maar elk jaar zijn er weer nieuwe scholen die meedoen, nieuwe auteurs die bereid zijn om naar een wijk te komen die ze normaal niet zouden bezoeken, en nieuwe vrijwilligers die geloven dat lezen het leven van een kind kan veranderen.
Veelgestelde vragen over leesbevordering bij jongeren
Hoe motiveer je een jongere die helemaal niet van lezen houdt?
Begin klein en begin met wat aansluit bij wat de jongere al interessant vindt. Een tiener die gek is op voetbal, hoeft niet meteen een roman te lezen. Een goed geschreven voetbalbiografie of een stripverhaal over een sportster werkt net zo goed als startpunt. Het gaat erom dat lezen een positieve ervaring wordt, niet een verplichting. Zodra iemand één boek heeft gevonden dat echt raak is, is de eerste stap gezet.
Wat is de rol van de bibliotheek bij leesbevordering?
De bibliotheek is meer dan een plek om boeken te lenen. In Nijmegen organiseert de bibliotheek aan de Mariënburg regelmatig activiteiten voor jongeren, van voorleesavonden voor kleuters tot debatavonden voor middelbare scholieren. Bibliotheken kennen hun publiek, weten welke boeken aanslaan en kunnen scholen en ouders goed adviseren. Ze zijn een onmisbare schakel in het netwerk rondom leesbevordering, zeker in wijken waar thuis weinig boeken zijn.
Hoe betrek je ouders bij het leesgedrag van hun kind?
Ouders zijn de eerste en belangrijkste leesbevorderaars. Kinderen die thuis zien dat er gelezen wordt, nemen dat gedrag makkelijker over. Scholen en bibliotheken kunnen ouders ondersteunen door laagdrempelige avonden te organiseren waarbij tips worden gegeven over voorlezen en boekkeuze. Geen ingewikkelde theorie, maar concrete handvatten. In Nijmegen zijn er wijkcentra die dit soort avonden organiseren in samenwerking met de bibliotheek, met tolken voor ouders die de taal nog niet goed spreken. Dat maakt het bereik groter en de drempel lager.