Elk jaar opnieuw merk je het op de Waalkade en in de Stevenskerk: jongeren die met een boek onder de arm rondlopen, die nieuwsgierig luisteren naar een schrijversgesprek, die met een stapel tweedehandsboeken naar huis fietsen. Dat is geen toeval. Het Nijmeegs Boekenfeest zet al jaren bewust in op leesbevordering bij kinderen en tieners, niet als bijzaak maar als kern van wat we doen. Dit is waarom dat zo belangrijk is — en hoe we het aanpakken.
Waarom leesvaardigheid meer aandacht verdient
Laten we eerlijk zijn: de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren staat onder druk. Scholen, bibliotheken en ouders signaleren al jaren dat kinderen minder lezen, en dat de begripsvaardigheden achterblijven. Dat is geen Nijmeegs probleem, maar je ziet het ook hier in de stad. In mijn boekhandel op de Lange Hezelstraat komen ouders regelmatig binnen met de vraag welk boek hun kind eindelijk aan het lezen krijgt. Geen verwijt aan die kinderen — ze groeien op in een wereld vol prikkels — maar het vraagt om een actief antwoord.
Leesbevordering is dan ook een beleidsprioriteit geworden. De informatie van de Rijksoverheid maakt duidelijk dat het onderwijs- en cultuurbeleid steeds meer inzet op structurele leesbevordering, van de basisschool tot en met het voortgezet onderwijs. Dat biedt kansen voor festivals als het onze: we kunnen die beleidsambities vertalen naar iets wat jongeren echt raakt, iets wat ze zelf willen meemaken.
Het schoolprogramma als brug tussen klas en festival
Een van de meest waardevolle onderdelen van het Nijmeegs Boekenfeest is het schoolprogramma. We werken samen met basisscholen en middelbare scholen uit de hele stad — van De Ark in Dukenburg tot het Stedelijk Gymnasium aan de Kanunnikenstraat. Groepen komen naar het festivalterrein, maar we gaan ook naar de scholen zelf. Schrijvers als Tosca Menten en Rindert Kromhout hebben in het verleden klaslokalen in Nijmegen-Noord bezocht en laten zien hoe een verhaal van binnenuit werkt.
Dat directe contact tussen schrijver en leerling is onvervangbaar. Kinderen stellen vragen die je als volwassene nooit zou bedenken: waarom heeft je personage juist die naam, wat doe je als je vastloopt, heb je zelf ooit gepest? Die gesprekken maken literatuur tastbaar. Niet als schoolopdracht, maar als iets wat van mensen komt — van mensen die gewoon naast je staan in de Mariënburg of een kop koffie drinken bij het festivalkraam.
- Schrijversbezoeken aan scholen in alle stadswijken
- Klassikale voorbereiding met leeslijsten die aansluiten bij het programma
- Begeleide festivalbezoeken met opdrachten die passen bij het niveau van de klas
- Nabespreking in de klas na afloop van het festival
De Bibliotheek Nijmegen als vaste partner
Je kunt leesbevordering niet los zien van de bibliotheek. De Bibliotheek Nijmegen, met haar vestigingen in de binnenstad en in wijken als Lindenholt en Neerbosch-Oost, is een van onze trouwste partners. Samen met de bibliotheek organiseren we het voorprogramma: weken voor het eigenlijke festival gaan er leesclubs van start, worden er prentenboekenshows gegeven en nodigen we tieners uit voor schrijfworkshops.
De samenwerking is wederzijds. Wij brengen schrijvers mee; de bibliotheek brengt haar netwerk van jonge lezers, leesconsulenten en jeugdbibliothecarissen. Mensen als Lieke van den Berg, die in de vestiging aan het Mariënburg dagelijks met kinderen werkt, weten precies welk boek bij welk kind past. Dat soort kennis is goud waard als je een programma wilt samenstellen dat echt aankomt. De bibliotheek is geen decorstuk — ze is een actieve medespeler in alles wat we doen.
Tweedehandsboekenmarkt als laagdrempelige ingang
Niet elk kind groeit op in een huis vol boeken. Dat is een realiteit die je als festivalorganisator niet kunt negeren. De tweedehandsboekenmarkt op het Koningsplein is daarom niet alleen een gezellig onderdeel van het festival — het is ook een bewuste keuze om boeken bereikbaar te maken voor iedereen, ongeacht portemonnee of achtergrond.
Voor een paar euro haal je een stapel boeken mee naar huis. Kinderen mogen zelf rondsnuffelen, stapelen, vergelijken. Er is geen drempel, geen verkoopgesprek, geen verwachting. Juist die vrijheid maakt het voor veel jonge bezoekers de fijnste plek van het hele festival. We zien tieners die met een tas vol sciencefiction vertrekken, kinderen die voor het eerst een stripboek in handen houden, ouders die samen met hun kind zoeken naar een gedeeld avontuur.
We vragen standhouders ook om een aparte tafel voor kinderboeken in te richten, duidelijk gelabeld en op ooghoogte. Dat klinkt als een detail, maar het maakt een wereld van verschil. Een boek dat je zelf vindt, voelt anders dan een boek dat iemand je aanreikt.
Schrijversgesprekken die jongeren serieus nemen
Een veelgemaakte fout bij jeugdprogrammering is dat je jongeren behandelt als een doelgroep die overtuigd moet worden. Wij proberen het andersom te doen: we nemen ze serieus als publiek, als gesprekspartners, als mensen met een mening. De schrijversgesprekken in de Vereeniging en in de bovenzaal van de Doornroosje zijn daar een voorbeeld van.
Afgelopen edities spraken we met auteurs als Carry Slee en Joukje Akveld over hoe je schrijft voor jongeren zonder neerbuigend te zijn. Die gesprekken waren niet alleen voor de schrijvers bedoeld — tieners in de zaal mengden zich in de discussie, stelden kritische vragen, deelden hun eigen leesgewoonten. Dat is precies de dynamiek die je wilt: geen monoloog van een podium, maar een echte uitwisseling.
We zorgen er ook voor dat de gespreksleiders — vaak lokale journalisten of docenten van de Radboud Universiteit — de ruimte geven aan jonge stemmen. Dat vraagt voorbereiding en vertrouwen, maar het resultaat is een gesprek dat zowel voor de volwassen toehoorder als voor de tiener in de zaal de moeite waard is.
Nijmegen als leesstad: verder dan het festival
Het Nijmeegs Boekenfeest duurt een weekend. Maar de ambitie reikt verder. We willen dat Nijmegen het hele jaar door een stad is waar lezen vanzelfsprekend is — in de wijk, op school, thuis. Daarvoor werken we samen met initiatieven als Lezen voor de Lijst, de Kinderboekenweek-activiteiten van lokale scholen en de leestuinen die in een aantal Nijmeegse parken zijn ingericht.
In mijn eigen boekhandel op de Lange Hezelstraat merk ik hoeveel verschil een persoonlijk advies maakt. Als een kind binnenkomt en ik vraag wat het leuk vindt — niet wat het goed leest, maar wat het leuk vindt — dan opent zich een gesprek. Soms vertrekt datzelfde kind een halfuur later met een boek dat het nooit zelf van de plank had gepakt. Dat is niet het werk van een festival alleen; dat is het werk van iedereen die dagelijks met boeken en kinderen bezig is.
Het festival is in die zin een versterker. Het maakt zichtbaar wat er al leeft in de stad, en het geeft nieuwe impulsen aan scholen, bibliotheken en boekhandels om het hele jaar door actief te blijven. We organiseren na het festival bewust een terugkombijeenkomst voor de deelnemende scholen, zodat de energie niet verdampt zodra de kramen zijn afgebroken en de stoelen zijn ingeklapt.
- Samenwerking met Lezen voor de Lijst voor middelbare scholieren
- Leestuinen in Kronenburgerpark en Goffertpark als laagdrempelige leesplek
- Najaarsworkshops in de boekhandel voor kinderen van 8 tot 12 jaar
- Gezamenlijke nieuwsbrief met de bibliotheek over leestips en activiteiten
Conclusie
Leesbevordering bij jongeren is geen project met een einddatum. Het is een doorlopende inspanning die vraagt om samenwerking: tussen scholen, bibliotheken, boekhandels, schrijvers en festivals. Het Nijmeegs Boekenfeest is één schakel in die keten — niet de grootste, maar wel een die elk jaar opnieuw probeert iets te betekenen.
Wat me elke editie weer raakt, is het moment waarop een kind een boek openslaat dat het zelf heeft uitgekozen. Op de tweedehandsboekenmarkt, in de bibliotheekhoek van het festivalterrein, of na een schrijversgesprek in de Vereeniging. Dat moment is klein en groot tegelijk. Het is waar het om gaat — in Nijmegen, en eigenlijk overal.