Er is iets bijzonders aan een tafel vol gebruikte boeken. De ezelsoren, de aantekeningen in de marge, de naam van een vorige eigenaar op het schutblad — elk boek heeft een leven achter zich. Op de tweedehandsboekenmarkt van het Nijmeegs Boekenfeest komen die levens samen op de Grote Markt, en dat merk je. Mensen die normaal gesproken nooit een boekhandel binnenstappen, buigen zich hier over dozen met paperbacks en staan tien minuten later te praten met een wildvreemde over een roman die ze allebei ooit lazen. Dat is precies de magie die we proberen vast te houden.
Waarom een tweedehandsmarkt meer doet dan boeken verkopen
Als je een kleine boekhandel runt aan de Molenstraat, weet je dat de drempel voor sommige mensen hoog is. Een nieuw boek kost al snel twintig euro, en voor iemand die niet zeker weet of lezen iets voor hem of haar is, voelt dat als een risico. Een tweedehandsboek voor één of twee euro is een heel ander verhaal. De drempel verdwijnt bijna volledig, en daarmee ook de aarzeling.
Op de markt zie je dat terug. Jongeren uit de Benedenstad die normaal langs de kraampjes heen lopen, stoppen nu toch even. Een moeder met twee kinderen aan haar hand laat hen zelf een boek uitkiezen. Een student van de Radboud Universiteit graait door een doos met oude pockets en vindt een klassieker die hij voor zijn scriptie kan gebruiken. Die momenten zijn niet toevallig — ze ontstaan omdat de markt een laagdrempelige omgeving schept. Geen verwachtingen, geen verplichtingen, gewoon boeken.
Wat de tweedehandsboekenmarkt ook doet, is circulariteit zichtbaar maken. Boeken die thuis op een plank stonden te verstoffen, krijgen een tweede kans. Verkopers zijn vaak mensen uit de stad zelf: gepensioneerde leraren uit Dukenburg, studenten die hun studieboeken kwijt willen, gezinnen die de boekenkast hebben uitgemest. Die diversiteit zorgt voor een aanbod dat je nergens anders vindt — van prentenboeken uit de jaren tachtig tot vakliteratuur over stedenbouw, van Nijmeegse stadsgeschiedenissen tot vertaalde wereldliteratuur.
Leesbevordering begint niet met een boek, maar met een gevoel
Eén van de dingen die we bij het Nijmeegs Boekenfeest steeds opnieuw leren, is dat leesbevordering zelden begint met het boek zelf. Het begint met een gevoel: het gevoel dat lezen voor jou is, dat het de moeite waard is, dat er iemand is die dat met je wil delen. Dat gevoel kun je niet afdwingen met campagnes of verplichte leeslijsten. Je kunt het wel uitlokken, door de juiste omstandigheden te scheppen.
Op het festival proberen we dat op verschillende manieren te doen. In de Mariënburgkapel organiseren we korte sessies waarbij schrijvers niet alleen praten over hun werk, maar ook over hoe zij zelf zijn gaan lezen. Welk boek veranderde er iets voor hen? Wanneer merkten ze dat lezen meer was dan een schoolverplichting? Die verhalen raken mensen — ook mensen die zichzelf geen lezer noemen. Want iedereen herinnert zich wel een moment waarop een tekst iets deed. Een verhaal dat bleef hangen. Een zin die precies klopte.
Voor jongeren zetten we in op aanwezigheid op plekken waar ze al zijn. Niet wachten tot ze naar ons toekomen, maar naar hen toe gaan. Dat betekent samenwerken met scholen in Nijmegen-Oost en Nijmegen-Noord, met de bibliotheek aan de Mariënburg, met jongerencentra in wijken als Hatert en Lindenholt. Niet met een vinger die wijst richting de boekenkast, maar met een gesprek, een activiteit, een schrijver die er gewoon bij gaat zitten. Leesbevordering werkt het best als het onopvallend is — als het aansluit bij wat jongeren al interesseert en van daaruit langzaam iets nieuws opent.
Dat vraagt geduld. Een festival duurt een paar dagen, maar de effecten ervan zijn bedoeld voor de lange termijn. Als een kind op de Grote Markt een boek koopt dat hij zelf heeft uitgekozen, en dat boek thuis uitleest, en daarna nog een wil — dan is er iets in gang gezet. Dat is het moment waar we het voor doen.
De rol van de stad zelf: Nijmegen als leesomgeving
Nijmegen is geen willekeurige plek voor een boekenfeest. De stad heeft een lange traditie van onderwijs, debat en cultuur. De Radboud Universiteit trekt studenten en onderzoekers van overal, de bibliotheek aan de Mariënburg is een van de drukst bezochte in de regio, en in de binnenstad vind je naast onze eigen boekhandel nog een handvol plekken waar je terechtkan voor boeken, tijdschriften en literaire avonden. Die infrastructuur is geen vanzelfsprekendheid — ze vraagt onderhoud, aandacht en publiek.
Als festival proberen we die infrastructuur zichtbaar te maken en te versterken. We werken samen met de bibliotheek voor programmaonderdelen die ook na het festival doorlopen. Schrijversgesprekken die we opnemen, worden later beschikbaar gesteld voor scholieren en leesclubs. De tweedehandsboekenmarkt genereert niet alleen omzet voor de verkopers, maar ook zichtbaarheid voor het idee dat boeken levende objecten zijn die circuleren in een stad.
Nijmegen heeft ook iets dat niet elke stad heeft: een compacte binnenstad met een menselijke maat. Van de Kronenburgerpark tot de Waalkade, van het Valkhof tot de Stikke Hezelstraat — alles ligt dicht bij elkaar. Dat maakt het mogelijk om een festival te maken dat je te voet kunt beleven, waarbij je van een schrijversgesprek in de Lindenberg doorloopt naar een boekpresentatie in de Doornroosje, en onderweg even stopt bij een kraampje op de Grote Markt. Die ruimtelijke logica is geen toeval: we denken bij de programmering altijd na over hoe mensen de stad beleven en welke route ze afleggen.
De stad is ook een spiegel. Wat er op het festival gebeurt, zegt iets over wie er in Nijmegen wonen, wat hen bezighoudt, welke verhalen ze willen horen. We nodigen schrijvers uit die aansluiten bij die diversiteit — niet als beleid, maar omdat het gewoon logisch is dat een festival voor de hele stad ook de hele stad weerspiegelt. Dat betekent soms onverwachte combinaties: een dichter uit Hatert naast een essayist uit Amsterdam, een lokale historicus naast een debuterende romanschrijver. Die mix maakt het programma levendig.
Uiteindelijk is het Nijmeegs Boekenfeest geen doel op zich, maar een middel. Een middel om mensen dichter bij boeken te brengen, om de stad even anders te laten kijken naar zichzelf, en om het gesprek op gang te brengen — tussen schrijvers en lezers, tussen buren die elkaar normaal niet spreken, tussen een kind en een boek dat het nog niet kent. De tweedehandsboekenmarkt is daarin niet de minste schakel. Soms is een tafel vol gebruikte boeken op de Grote Markt precies genoeg om iets in beweging te zetten.