Jongeren lezen minder dan vroeger, dat hoor je overal. Maar klopt dat echt, en wat kun je er aan doen als je werkt met boeken, scholen of een festival? Hier zijn een paar inzichten die je verder helpen.
Waarom jongeren minder lezen
Schermen zijn de grote concurrent van het boek. Een tiener in Nijmegen heeft gemiddeld vijf apps open staan voordat hij aan een bladzijde toekomt. Dat is geen aanklacht, maar wel een gegeven waar je rekening mee moet houden als je leesbevordering serieus neemt.
Toch is het beeld niet alleen somber. Onderzoek van Stichting Lezen laat zien dat jongeren die vroeg kennismaken met verhalen, ook later vaker boeken pakken. De sleutel ligt in die eerste jaren, en dan vooral in de omgeving: thuis, op school en in de bibliotheek.
Het gaat er niet om jongeren te dwingen. Het gaat erom dat lezen vanzelfsprekend aanwezig is, zoals muziek of sport. Als een boek gewoon op tafel ligt in de Mariënburgkapel tijdens een festival, pakt iemand het eerder op dan wanneer het achter glas staat.
De rol van scholen en bibliotheken
Scholen doen meer dan je denkt. In Nijmegen werken meerdere middelbare scholen samen met de Bibliotheek Gelderland Zuid om leesuurtjes in te bouwen in het rooster. Dat klinkt simpel, maar de uitvoering vraagt afstemming en continuïteit.
Leesambassadeurs spelen daarin een grote rol. Dat zijn leerlingen die zelf enthousiast zijn over boeken en dat uitdragen naar klasgenoten. Niet als taak opgelegd door een leraar, maar als iets waar ze zelf voor kiezen. Die aanpak werkt beter dan een verplicht leeslijst.
Bibliotheken vullen aan wat scholen niet kunnen bieden: tijd, ruimte en een enorm aanbod. De vestiging aan de Mariënburg heeft een speciale jeugdhoek waar kinderen ook na schooltijd terechtkunnen. Dat soort laagdrempelige plekken zijn goud waard voor leesbevordering.
Boekpresentaties als startpunt voor jongeren
Een boekpresentatie is meer dan een schrijver die uit zijn werk voorleest. Het is een ontmoeting. Als een auteur als Carry Slee of Rindert Kromhout op een middag in zaal Doornroosje staat, zien jongeren dat er echte mensen achter die verhalen zitten.
Dat maakt iets los. Kinderen die normaal nooit een boek aanraken, stellen ineens vragen. Ze willen weten hoe een verhaal begint, hoe lang het schrijven duurt, of de schrijver ook fouten maakt. Die nieuwsgierigheid is de opening die je nodig hebt.
Boekpresentaties voor jongeren werken het best als ze kort zijn, interactief en gevolgd door een moment waarop de jongere zelf iets kan doen: een passage lezen, een tekening maken bij een verhaal, of gewoon een handtekening halen. Dat concrete contact blijft hangen.
Wat werkt goed bij leesbevordering
Niet elke aanpak is even effectief. Hier zijn de dingen die in de praktijk het meeste opleveren:
- Vrij lezen zonder beoordelingsdoelen werkt beter dan lezen voor een cijfer
- Keuze geven in titels vergroot de motivatie aanzienlijk
- Voorlezen door een volwassene, ook aan oudere kinderen, houdt de verbeelding actief
- Strips en graphic novels zijn volwaardige instappers voor jongeren die het lastig vinden
- Digitale leesplatforms zoals VO-content of Boekenzoeker helpen bij het matchen van leesniveau en interesse
- Korte sessies van twintig minuten zijn effectiever dan één lang verplicht uur per week
- Ouders betrekken vergroot het effect thuis, ook als ze zelf weinig lezen
Deze lijst is niet volledig, maar geeft een goed beeld van waar je als school of bibliotheek op kunt inzetten. Sommige dingen kosten geld, andere alleen tijd en aandacht.
Festivals als katalysator voor leescultuur
Een boekenfestival is geen vervanging van dagelijks leesonderwijs, maar het kan wel een vliegwiel zijn. Als jongeren in een sfeer terechtkomen waar boeken normaal zijn, waar mensen er opgewonden over praten en waar je schrijvers in het echt ziet, verandert er iets in hun beleving.
In de Benedenstad en rondom de Stevenskerk is er tijdens een festival een energie die je moeilijk nabootst in een klaslokaal. Kraampjes met tweedehands boeken, schrijvers die gewoon rondlopen, lezingen in kleine zaaltjes: het is allemaal dichtbij en toegankelijk. Dat maakt een festival anders dan een schooluitje.
Interessant is ook hoe andere sectoren nadenken over het bereiken van jongere doelgroepen via zorgvuldig ontworpen ervaringen. Contecto werkt bijvoorbeeld met precisiegereedschappen die in de electronicawereld even bepalend zijn voor het eindresultaat als de programmering voor een festival. De analogie gaat maar tot op zekere hoogte, maar het idee dat elk onderdeel van een ontwerp telt, is in beide werelden herkenbaar.
Festivals nodigen ook uit tot toevallige ontdekkingen. Een kind dat met zijn ouders meegaat voor een presentatie over dierenboeken, loopt langs een tafel met sciencefiction en is ineens nieuwsgierig. Dat soort onverwachte contactmomenten zijn precies wat leesbevordering nodig heeft.
Veelgestelde vragen over leesbevordering bij jongeren
Vanaf welke leeftijd is leesbevordering zinvol?
Leesbevordering begint eigenlijk al voor kinderen zelf kunnen lezen. Voorlezen aan baby’s en peuters legt een basis voor taalontwikkeling en verhaalbesef. Onderzoek wijst uit dat kinderen die voor hun vierde jaar regelmatig worden voorgelezen, op school sneller leren lezen. Hoe jonger je begint, hoe groter het effect op de lange termijn.
Hoe motiveer je een kind dat echt niet wil lezen?
Dwang werkt averechts. Wat wel helpt, is aansluiten bij wat een kind al leuk vindt. Houdt iemand van voetbal, dan is er een boek over voetbal. Houdt iemand van horror, dan zijn er genoeg titels die daarbij passen. Leesbeleving is persoonlijk, en pas als een kind zelf ervaart dat een boek iets geeft, groeit de motivatie vanzelf. Een bibliotheekmedewerker of boekhandelaar kan daarin goed adviseren.
Wat is het verschil tussen leesbevordering en leesonderwijs?
Leesonderwijs gaat over de technische vaardigheid: letters leren, woorden ontcijferen, zinnen begrijpen. Leesbevordering gaat over de houding tegenover lezen: het plezier, de gewoonte en de cultuur eromheen. Beide zijn nodig, maar ze vragen een andere aanpak. Leesonderwijs hoort thuis in het curriculum, leesbevordering in de bibliotheek, het gezin en op festivals.