Leesbevordering bij jongeren: zo werkt het echt

Written by

in

Veel scholen worstelen met hetzelfde probleem: leerlingen lezen minder, en als ze lezen, kiezen ze zelden voor een boek. Hoe zorg je dat een tiener van veertien vrijwillig een roman oppakt? En wat kun je als festival of boekhandel daaraan bijdragen?

Waarom jongeren minder lezen dan vroeger

De cijfers zijn al jaren zorgelijk. Onderzoek van Stichting Lezen laat zien dat het leesplezier bij kinderen tussen tien en vijftien jaar flink daalt. Dat heeft meerdere oorzaken. Schermen trekken aandacht weg, maar ook de manier waarop lezen op school wordt aangeboden speelt een rol. Een verplichte lijst met titels die niemand heeft gekozen voelt als een straf, niet als een uitnodiging.

Leesmotivatie begint bij keuzevrijheid. Jongeren die zelf mogen kiezen wat ze lezen, lezen vaker en langer. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk botst het met leerplannen en eindtermen. Toch zijn er scholen in Nijmegen die dit anders aanpakken, bijvoorbeeld door leerlingen zelf een boek te laten presenteren aan de klas in plaats van een verslag in te leveren.

De omgeving telt ook mee. Een klaslokaal met een kleine boekenhoek, een bibliotheek die uitnodigt in plaats van intimideert, een boekhandel in de Molenstraat waar je rustig mag rondsnuffelen zonder iets te kopen: al die plekken dragen bij aan een cultuur waarin lezen normaal is.

De rol van bibliotheken in de stad

De Bibliotheek Nijmegen heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in programma’s voor jongeren. Denk aan de Bieb op School, waarbij een bibliotheekmedewerker regelmatig in de klas komt met een kist vol boeken. Leerlingen mogen bladerend kiezen, zonder druk. Dat werkt verrassend goed, ook bij groepen die zichzelf geen lezers noemen.

Op de vestiging aan het Mariënburg is er een speciale jeugdafdeling ingericht die niet aanvoelt als een studieruimte. Er hangen posters van striptekenaar Typex naast covers van graphic novels. Er staan zitzakken. Dat klinkt misschien als een detail, maar jongeren zijn gevoelig voor sfeer. Als een plek aanvoelt als voor hen, komen ze terug.

Bibliotheken kunnen ook een brug slaan naar festivals. Vorig jaar werkte de bibliotheek samen met ons festival aan een leeskring voor middelbare scholieren uit de Benedenstad. Acht weken lang lazen ze hetzelfde boek, en tijdens het festival mochten ze de auteur zelf ondervragen op het podium in de Stevenskerk. Dat gesprek was scherper dan menig professioneel interview.

Hoe een festival het verschil kan maken

Een literair festival is geen school en moet dat ook niet willen zijn. Maar het kan wel iets doen wat een school moeilijk kan: laten zien dat lezen leeft, dat auteurs gewone mensen zijn met een verhaal, en dat boeken gesprekken op gang brengen die ergens over gaan.

Programmering voor jongeren vraagt om een andere aanpak dan een lezing voor volwassenen. Korter, interactiever, liefst met iets om te doen. Schrijver Bram Verbeke deed een paar jaar geleden een sessie in de Mariënburgkapel waarbij hij tieners vroeg om in tien minuten het slechtste begin van een verhaal te schrijven. De zaal lag plat van het lachen, en daarna wilden ze meer weten over hoe hij zelf schrijft. Zo werkt het.

Wij proberen elk jaar minstens drie programmaonderdelen te maken die specifiek voor scholieren zijn. Niet als bijzaak, maar als volwaardig onderdeel van het programma. Dat betekent ook dat we scholen vroeg benaderen, al in januari, zodat docenten het in hun jaarplanning kunnen opnemen. Een bezoek aan een festival werkt het beste als het aansluit op iets wat in de klas al speelt.

Tweedehandsboekenmarkt als drempel verlagen

Er is nog een praktische kant aan leesbevordering die vaak over het hoofd wordt gezien: de prijs van boeken. Een nieuw jeugdboek kost al gauw vijftien euro. Voor gezinnen met een krappe beurs is dat een drempel. De tweedehandsboekenmarkt die elk jaar op het Valkhof plaatsvindt, is dan ook meer dan een gezellig uitje. Het is een plek waar iedereen voor een paar euro een stapel boeken mee naar huis kan nemen.

We zien elk jaar families met kinderen die urenlang door kratten snuffelen. Kinderen die normaal nooit in een boekhandel komen, vinden hier ineens een boek over dinosaurussen of een stripalbum dat ze meteen openslaan. Dat moment van ontdekking is goud waard. Veel organisatoren van soortgelijke markten, bij Websitepromotor zie je dat ook terug in hoe zij evenementen aanpakken, weten dat de drempelvrije sfeer bepalend is voor wie er uiteindelijk op afkomt.

Bovendien geeft de markt ruimte aan mensen die hun eigen collectie willen verkopen. Studenten die na hun studie een kamer vol boeken hebben, ouders die de kinderboekenkasten willen opruimen. Dat aanbod is divers en onvoorspelbaar, en juist dat maakt het interessant. Je weet nooit wat je vindt.

Wat scholen zelf kunnen doen

Scholen hoeven niet te wachten op een festival of bibliotheekproject om lezen te bevorderen. Er zijn ook dingen die een docent morgen al kan doen, zonder budget of externe hulp.

Een paar concrete aanpakken die in Nijmeegse klassen worden gebruikt:

  • Stillezen: tien minuten per dag waarbij iedereen, ook de docent, een boek leest. Geen verslag, geen toets, gewoon lezen.
  • Boekenruil in de klas: leerlingen brengen een gelezen boek mee en ruilen het met een klasgenoot, met een korte mondelinge aanbeveling.
  • Auteursgesprekken via video: schrijvers die niet persoonlijk kunnen komen, zijn soms bereid een kort gesprek via een videogesprek te voeren. Dat is laagdrempeliger dan je denkt.
  • Leesdagboek: geen samenvatting, maar een persoonlijke reactie op wat je hebt gelezen. Wat vond je verrassend? Wat begreep je niet?
  • Boekenhoek inrichten met inbreng van leerlingen: laat leerlingen zelf bepalen welke boeken er komen te staan. Eigenaarschap vergroot betrokkenheid.

Al deze aanpakken hebben één ding gemeen: ze behandelen lezen als iets wat van de leerling zelf is, niet als iets wat de school aan hen oplegt. Dat verschil in houding maakt meer uit dan welk programma dan ook.

Veelgestelde vragen over leesbevordering bij jongeren

Vanaf welke leeftijd heeft leesbevordering het meeste effect?

Onderzoek wijst uit dat de basis voor leesplezier al vroeg wordt gelegd, bij voorkeur voor het zevende levensjaar. Voorlezen door ouders of verzorgers heeft een groot effect op de latere leesmotivatie. Maar ook op de middelbare school is het nog niet te laat. Juist rond de leeftijd van twaalf tot veertien jaar, als het leesplezier vaak daalt, kunnen gerichte interventies het verschil maken. Een goed gekozen boek op het juiste moment kan een jongere opnieuw enthousiast maken.

Werkt verplicht lezen averechts?

Dat hangt sterk af van hoe het wordt ingezet. Een verplichte leeslijst zonder enige keuzevrijheid werkt inderdaad vaak demotiverend. Maar verplicht lezen hoeft niet per se negatief te zijn als leerlingen enige invloed hebben op de keuze, als er ruimte is voor gesprek over het boek, en als de docent zelf ook leest en dat laat zien. Verplicht lezen wordt problematisch als het puur gaat om afvinken, niet om het boek zelf.

Hoe betrek je ouders bij leesbevordering?

Ouders spelen een grote rol, maar zijn soms moeilijk te bereiken. Scholen die succesvol zijn in het betrekken van ouders, doen dat vaak via laagdrempelige momenten: een boekenruilavond op school, een korte leesactiviteit tijdens een ouderavond, of een lijst met aanbevolen boeken die thuis samen gelezen kunnen worden. Het gaat er niet om dat ouders zelf grote lezers zijn, maar dat ze laten zien dat lezen de moeite waard is. Dat kan ook door samen naar een bibliotheek te gaan of een boekenkraam op een markt te bezoeken.