Boeken verbinden mensen, maar ze openen ook deuren die anders dicht blijven. Voor jongeren in Nijmegen is dat geen abstracte gedachte — het is iets wat je ziet op de Grote Markt, in de bibliotheek aan de Mariënburg en in de gangen van scholen die elk jaar opnieuw aansluiten bij het Nijmeegs Boekenfeest. Dit festival heeft altijd een oog gehad voor de volgende generatie lezers. En dat is geen toeval.
Waarom leesbevordering meer is dan een mooi woord
Lezen is een vaardigheid, maar ook een gewoonte. En gewoontes vorm je het makkelijkst als je jong bent. Dat klinkt als een open deur, maar in de praktijk blijkt het lastig om jongeren te bereiken met literatuur — zeker als ze opgroeien in een omgeving waar boeken niet vanzelfsprekend aanwezig zijn. In Nijmegen zien we dat terug in de wijken buiten het centrum: Dukenburg, Lindenholt, Hatert. Prachtige buurten, maar met minder vanzelfsprekende toegang tot boeken en leescultuur.
Het Nijmeegs Boekenfeest wil die kloof niet negeren. Niet door grote woorden, maar door concrete programma’s: schrijvers die naar scholen gaan, gratis boeken op de tweedehandsmarkt voor kinderen onder de twaalf, en een apart programmaonderdeel in de Stevenskerk speciaal voor middelbare scholieren. Klein in opzet, groot in intentie.
Wat de landelijke context ons leert
Laaggeletterdheid is een hardnekkig probleem in Nederland. Een op de zes volwassenen heeft moeite met lezen en schrijven — en dat begint bijna altijd in de kindertijd. De informatie van de Rijksoverheid over laaggeletterdheid maakt duidelijk dat vroegtijdige interventie, juist in de basisschoolleeftijd, het meeste effect heeft. Dat is precies de periode waarop wij als festival willen inzetten.
Wat dat voor ons programma betekent? Dat we schrijvers vragen die niet alleen goed schrijven, maar ook goed kunnen vertellen. Auteurs als Tosca Menten en Rindert Kromhout weten hoe ze een zaal vol tien- en elfjarigen in hun greep houden. Ze lezen voor, stellen vragen terug, laten kinderen zelf zinnen afmaken. Dat is geen entertainment — dat is onderwijs in de beste zin van het woord.
De tweedehandsmarkt als laagdrempelige ingang
Elke editie van het Nijmeegs Boekenfeest heeft een tweedehandsmarkt op het Kelfkensbos. Kraampjes vol boeken voor een euro, soms minder. Voor volwassenen is dat een fijne manier om te snuffelen en te ontdekken. Voor kinderen is het iets anders: het is misschien de eerste keer dat ze zelf een boek kopen, met eigen geld, voor zichzelf gekozen.
Dat moment is niet te onderschatten. Eigenaarschap over een boek verandert de relatie ermee. Als een kind zelf heeft besloten dat het De Griezelbus of Oorlogswinter wil meenemen naar huis, is de kans veel groter dat het ook gelezen wordt. Daarom reserveren we op de markt altijd een speciale sectie voor jeugdboeken, netjes gesorteerd op leeftijd, met vrijwilligers die kunnen adviseren. Geen verkoopdruk, gewoon enthousiasme.
Scholen uit de regio — van De Archipel in Dukenburg tot de Basisschool Kolping in Nijmegen-Oost — melden zich elk jaar aan voor een rondleiding over de markt. Leerkrachten vertellen ons achteraf dat leerlingen weken later nog praten over het boek dat ze meenamen. Dat is precies wat je wilt horen.
Schrijversgesprekken die echt ergens over gaan
In de Doornroosje-zaal en de Lindenberg organiseren we elk jaar een reeks schrijversgesprekken die specifiek gericht zijn op jongeren van twaalf tot achttien jaar. Niet de traditionele opzet van een interviewer met een schrijver op een podium, maar een tafelgesprek: kleine groepen, maximaal dertig leerlingen, een moderator en een auteur.
De gesprekken gaan over van alles. Over hoe een boek tot stand komt, ja, maar ook over falen, over twijfel, over waarom schrijven soms het enige is wat helpt. Auteurs als Abdelkader Benali en Marjolijn Hof hebben eerder aan dit soort gesprekken meegedaan, en wat opvalt is hoe snel de afstand tussen schrijver en lezer verdwijnt als de setting klein en persoonlijk is.
We werken hierbij nauw samen met docenten Nederlands van het Stedelijk Gymnasium en het Canisius College. Zij bereiden leerlingen voor met een tekst of fragment, zodat ze niet met lege handen aan tafel zitten. Het resultaat zijn gesprekken die soms verrassend diep gaan — over identiteit, over taal, over wat het betekent om ergens bij te horen.
De bibliotheek als vaste partner
Het Nijmeegs Boekenfeest zou niet zijn wat het is zonder de samenwerking met de Bibliotheek Gelderland Zuid, en dan met name de vestiging aan de Mariënburg. De bibliotheek is niet alleen een locatie — het is een partner die het hele jaar door werkt aan leesbevordering, en het festival is voor hen een moment om die inspanningen zichtbaar te maken.
Samen organiseren we de ‘Leesparade’: een wandelroute door de binnenstad langs plekken waar voorgelezen wordt. Op het Kronenburgerpark, voor de ingang van de Waalbrug, bij de Vereeniging. Vrijwilligers lezen voor uit kinderboeken, poëzie en korte verhalen. Voorbijgangers blijven staan, soms voor een minuut, soms voor tien. Dat is de kracht van een stadsfestival: de stad zelf wordt het podium.
Daarnaast biedt de bibliotheek tijdens het festival gratis lidmaatschappen aan voor kinderen die nog geen lid zijn. Het klinkt simpel, maar drempels zijn soms klein en toch bepalend. Een bibliotheekpas in handen van een kind dat er nog nooit een had — dat is een begin.
Tot slot
Leesbevordering bij jongeren is geen project met een duidelijk eindpunt. Het is een langdurige investering, gedaan door veel mensen tegelijk: ouders, leerkrachten, bibliotheekmedewerkers, schrijvers en ja, ook kleine stadsfestivals als het onze. Wat wij kunnen doen is bescheiden maar waardevol: een plek creëren waar boeken leven, waar lezen normaal voelt en waar een kind misschien voor het eerst denkt — dit is ook voor mij.
Nijmegen is een stad die van lezen houdt. Dat zie je op de terrassen, in de parken, in de boekenkasten die mensen buiten zetten op de Molenstraat. Het Nijmeegs Boekenfeest is een verlengstuk van die cultuur, geen uitzondering. En zolang er kinderen zijn die hun eerste boek kopen op het Kelfkensbos, gaan we daarmee door.